Neurodiversiteit in UX: waarom cognitieve toegankelijkheid nog te vaak vergeten
Toegankelijkheid gaat verder dan schermlezers en kleurcontrast. UX-designer Stéphanie Walter bundelde essentiële bronnen over ontwerpen voor dyslexie, dyscalculie, autisme en ADHD. Een onderwerp dat in de praktijk vaak blijft liggen, terwijl het miljoenen gebruikers raakt. Hoog tijd om cognitieve toegankelijkheid serieus te nemen.
Als we het over toegankelijkheid hebben, denken we meestal aan kleurcontrast, alt-teksten en toetsenbordnavigatie. Maar cognitieve toegankelijkheid – ontwerpen voor mensen met dyslexie, dyscalculie, autisme of ADHD – blijft vaak onderbelicht. En dat terwijl een interface die voor de één intuïtief aanvoelt, voor de ander onbruikbaar of zelfs uitsluitend kan zijn.
UX-researcher Stéphanie Walter verzamelde in een uitgebreid overzicht de belangrijkste bronnen om hiermee aan de slag te gaan. Ze start bij de klassiekers – de WCAG- en W3C-richtlijnen – maar wijst er terecht op dat die documenten ironisch genoeg juist voor neurodivergente mensen lastig te lezen zijn. Gelukkig verwijst ze ook naar toegankelijkere alternatieven, praktische posters van de Britse overheid, checklists van WebAIM en concrete tips rond cognitieve belasting, eenvoudige taal en consistente layouts.
De kritische noot die ze zelf al maakt is waardevol: leun niet blind op checklists. Een goede score op papier betekent nog geen goede ervaring in de praktijk. Testen met échte gebruikers met een beperking blijft onmisbaar. Ook eerlijk: ze twijfelt openlijk of ze bepaalde bronnen (zoals die van een overlay-leverancier) wel wil opnemen – een verfrissend transparante houding.
Kortom, een rijke, kritisch samengestelde bronnenlijst die je meteen verder helpt. Wil je concreet aan de slag met neuro-inclusief ontwerp? Lees het volledige overzicht en duik in de bronnen die bij jouw project passen.
